“COVID-19 versneller van ontwikkelingen in gebouwautomatisering”

8 oktober 2020

Hoe leidt de COVID-19-pandemie tot veranderingen in de gebouwautomatisering? Gerben de Haan, Sales Manager bij Siemens voor HVAC-oplossingen, ging hierover in gesprek met Antoine Brunink, verantwoordelijk voor Regel Partners en het cluster Building Intelligence binnen Unica.

Hoe gaan jullie om met COVID-19 binnen jullie bedrijven?

Brunink: “Binnen ons moederbedrijf Unica is een crisis managementteam van waaruit wij de instructies krijgen die gebaseerd zijn op de RIVM-richtlijnen. We nemen deze zeer strikt. Niet alleen voor onze eigen werknemers, maar voor het collectief. Naast medewerkers dienen ook klanten te worden beschermd. Er blijven altijd individuele risico’s, maar je moet als bedrijf goed beleid hebben. Denk aan hygiënemaatregelen, looproutes, maximale bezetting van ruimtes, schoonmaken enz.”

 

De Haan: “Wij volgen uiteraard de richtlijnen van het RIVM. De veiligheid van onze mensen en klanten staat voorop.  Siemens heeft een naam hoog te houden. Mocht het misgaan, dan komt dit direct in het nieuws. Net als bij cyber security gaan we daarom al snel wat verder dan de richtlijnen. We volgen de richtlijnen strikt, maar kijken ook naar wat veilig is voor onze mensen en klanten. Waar mogelijk kiezen we voor digitaal contact. En anders voor de meest veilige manier.

 

Welke van deze maatregelingen zijn gebaseerd op techniek die ook aan klanten kan worden geleverd?

Brunink: “Eigenlijk nog geen, want ons beleid is gericht op zoveel mogelijk thuiswerken. De bezetting op onze kantoren is minimaal. We hebben wel een modern toegangscontrolesysteem met een digitale receptie waardoor we precies weten wie er in het gebouw is en in welke zone. Dit systeem bewijst nu zijn nut. Verder zien we dat klanten met grote toestromen van bezoekers en/of medewerkers nadrukkelijk de bezetting willen kunnen meten. Bijvoorbeeld universiteiten. Veel colleges zijn nog online, maar universiteiten bereiden zich al voor op het moment dat de toestroom weer op gang komt.”

 

De Haan: “Wij meten bij de ingang van ons kantoor met camera’s of je een verhoogde temperatuur hebt. Verder hebben we de Comfy-app geintroduceerd op ons kantoor in Den Haag. Hiermee kunnen medewerkers real-time beschikbare werkplekken checken en boeken. Het systeem reguleert de toestroom van mensen zonder handmatig werk. Als Siemens kunnen we dienstverlenend helpen door inzicht te bieden in bezetting en looproutes.”

 

Brunink: “Daar zijn wij ook mee bezig. Bij de vraagstukken die nu spelen past cameratechniek het best. Dit werkt goed bij mensenmassa’s die zich vrij kunnen verdelen in een ruimte waar metingen met beacons ontoereikend zijn. Met cameratechnologie kunnen we sneller schakelen en bij grote groepen de toegang tijdig sluiten. Toegang kan vervolgens gereguleerd worden via toegangstechniek of een soort van stoplichttechniek.”

 

Zien jullie een verandering in klantwensen door de coronacrisis?

Brunink: “Ja. Vooral bij klanten met grote gebouwen en oppervlakken waar normaliter veel mensen kwamen. Ontwikkelingen en innovaties worden nu versneld opgepakt omdat men wil weten hoe mensen zich bewegen en gebouwgebruikers wil informeren.”

 

De Haan: “Smart Building was al happening. Nu zien we dat klanten nog sterker inzetten op het genereren van inzichten door data uit hun gebouwen. Het is wel de vraag hoe dit beheersbaar blijft. Vooralsnog is er geen uniforme oplossing. Het vinden van de juiste oplossing kan een enorme zoektocht zijn. Klanten willen vaak specifieke informatie inzichtelijk krijgen en uit meerdere systemen en bronnen putten. De sector gebouwautomatisering heeft niet voor niks de rol van een systeemarchitect in het leven geroepen.”

 

Brunink: “De oplossing begint met de vraag: wat heb je nou echt nodig? Als system integrator moeten we de noodzaak en bijvangst goed van elkaar scheiden. Een ‘overkill’ aan functionaliteit zorgt voor onduidelijkheid. De snelheid van de huidige ontwikkelingen stelt extra eisen aan de systeemarchitect. Als lid van de stuurgroep van deze opleiding zien we dat het een uitdaging is om de opleiding in lijn te houden met de actuele ontwikkelingen.”

 

De Haan: “Bij de integrator en leverancier worden ook steeds meer facilitaire in plaats van technische vragen neergelegd. Wil je echt Smart Buildings creëren, dan moet je naast technische vraagstukken ook de facilitaire vraagstukken begrijpen en kunnen aanvullen.”

 

Brunink: “Klopt, onze mensen worden getraind om de klantprocessen goed te begrijpen. Alleen diepe inhoudelijke engineerskennis volstaat niet. Een mooi voorbeeld vind ik de hogeschool die enkele jaren terug aangaf steeds meer vloeroppervlak nodig te hebben zonder dat er meer personeel en studenten bijkwamen. Ze wilden kunnen zien of hun vloeroppervlak goed benut werd. Een facilitair vraagstuk.”

 

Denken jullie dat onze manier van werken voorgoed veranderd is?

Brunink: “Absoluut. Door de versnelde ontwikkelingen is er een dimensie bijgekomen. Niet alleen een zo optimaal mogelijke bezetting, maar ook het borgen van veiligheid. Het besef dat je met technologie antwoorden kunt geven op facilitaire vraagstukken is meer doorgedrongen.”

 

De Haan: “Ook ik ben ervan overtuigd dat er dingen veranderen en dat er al dingen definitief veranderd zijn. Ik merk wel dat we persoonlijke contact gewoon nodig hebben. Alleen digitaal werken gaat het volgens mij voorlopig niet worden.”

Brunink: “Techniek vervangt niet alles, fysiek contact blijft belangrijk. Ik ben ervan overtuigd dat er een hybride model blijft.”

 

COVID-19 blijkt een versneller van ontwikkelingen. Vragen klanten van Regel Partners vaker hoe ‘cyber secure’ jullie oplossingen zijn?

Brunink: “We zien de laatste maanden het aantal remote verbindingen toenemen. We hebben hier ook echt op ingezet. Soms heeft dit tot meer klantcontact geleid. Klanten krijgen meer vertrouwen in contact en onderhoud op afstand.”

 

De Haan: “Interessant dat technologie die we al langer toepassen pas nu breed geaccepteerd wordt. We moeten efficiënter omgaan met tijd, minder reizen en minder CO² uitstoten, dus de noodzaak was er al. Alleen vonden mensen contact op afstand vaak niet acceptabel.”

 

Brunink: “Er was inderdaad een redelijke noodzaak, maar onvoldoende urgentie om het ook daadwerkelijk anders te organiseren. COVID-19 heeft die urgentie gebracht. We bieden deze beveiligde verbinding via een universele oplossing, de veiligheidsbox, en loggen vandaar in op het betreffende gebouwbeheersysteem.”

 

De Haan: “Bij Siemens hebben we momenteel een nieuw product: Building Operator In the Cloud (BOIC). Er is een universele IoT-gateway bedacht om met standaard protocollen te kunnen werken en een volledig veilige verbinding te maken met je gebouw. Op deze manier heb je op afstand toch volledige controle en inzicht. Het mooie is dat je de gateway ook kunt gebruiken voor locaties waar geen Siemens op locatie is toegepast. Doordat er nu meer vraag is naar dergelijke oplossingen, wordt dit soort nieuwe producten versneld opgepakt en uitgerold.”

 

De gebouwautomatisering is een vrij traditionele markt. De gemiddelde leeftijd van beleidsbepalers is redelijk hoog. Een uitdaging?

De Haan: “Voor wat betreft cyber security, zie ik dat wel als een uitdaging.”

Brunink: “Een groot deel van de klanten kan de balans goed vinden, maar er blijft een tweedeling in de markt. Het ene deel is huiverig voor de nieuwe technieken en houdt die af omdat de moderne beveiligingsmogelijkheden van systemen onvoldoende bekend zijn. Het andere deel is niet huiverig, maar ziet de reële gevaren en risico’s niet omdat dit niet tot hun expertise behoort. Maar het komt soms ook voor dat een klant nog niet toe is aan het upgraden van zijn systeem. Dan maken we duidelijk dat we hem niet meer volledig remote kunnen ondersteunen als hij geen gebruik maakt van de veilige verbinding die we aanbieden. Omdat de verbinding met zijn systeem dan een risico wordt voor ons netwerk en daarmee indirect voor de dienstverlening die we andere klanten bieden.”

 

De Haan: “Wij merken dit ook. Er is een project dat dringend gemigreerd moet worden naar Desigo CC. De klant houdt het tegen en zegt dat het gekochte product minimaal 10 jaar mee moet. Terwijl software razendsnel ontwikkelt. De software draait nog op een oude Windows-versie. Ze vormt daarmee een risico voor het netwerk van de klant, en niet zozeer voor de software van Siemens. We moeten eigenlijk als markt harder optreden en zeggen dat we dit niet willen.”

 

Brunink: “Klanten zijn zich vaak niet bewust van die risico’s. Wij proberen hier steeds nadrukkelijker met klanten over te praten. Maar hoe ver ga je daarin? Ben je op een gegeven moment ook bereid om het risico te nemen een klant te verliezen? Wetende dat er een andere marktpartij is die het dan overneemt en die wellicht niet zo strikt in de leer is? Hoe neem je een klant mee in het probleem dat hij heeft of gaat krijgen en in de oplossing die je daarvoor hebt?”

 

De Haan: “Alles is steeds meer connected. Je kan het echt niet meer als stand-alone sites zien. Als jij verbindt met die site, lopen andere klanten ook gevaar. Auto’s zijn al verplicht APK gekeurd. Zouden niet ook gebouwen op enig moment een keurmerk moeten hebben? Dat je bijvoorbeeld kunt aantonen dat je in het pand geen risico loopt als je er bent voor onderhoud?”

 

Brunink: “Volgens ons begint het met goed voorlichten van klanten. Bijeenkomsten, al dan niet digitaal, helpen hierbij. Kennisdeling van klanten onderling als gevolg van deze bijeenkomsten helpt ook. Hiermee proberen wij het kennisniveau van klanten te vergroten zodat zij hun situatie kunnen vergelijken met de ‘koplopers’ en vertalen naar hun eigen situatie. Dan komt er een gevoel van urgentie.”

 

De Haan: “Met grotere klanten zie je dit ontstaan. Denk aan de hack eind vorig jaar bij een grote universiteit in het zuiden van het land. Maar kleine bedrijven? Die hebben de reputatieschade niet en komen ook niet in het nieuws met zo’n probleem.”