Van open gebouwtechnologie naar duurzaamheid en innovatie

29 oktober 2020

Steeds meer leveranciers van gebouwtechnologie ontsluiten hun producten via open standaarden. Welke toegevoegde waarde heeft dit voor gebruikers? Hoe houden ze grip op hun data en wat kunnen ze ermee? We vroegen het aan Marco Roeleven van adviesbureau Sweegers en de Bruijn en Eelko Stembord van Siemens.

De trend naar ‘open systemen’ wordt ook door installateurs en system integrators omarmd. Eindgebruikers gaat het echter primair om de functionaliteit van hun technologie. Daarop wijst Marco Roeleven, directeur van technisch adviesbureau Sweegers en de Bruijn, dat opdrachtgevers adviseert over toepassingen en gebruik van gebouwinstallaties. Daartoe behoort ook het gebouwbeheersysteem (GBS), dat mede bepalend is voor het bereiken van die functionaliteit. “Onze klanten willen hun GBS zo eenvoudig mogelijk kunnen beheren en bedienen”, aldus Roeleven. “Via open standaarden koppel je makkelijk verschillende technologieën aan elkaar, maar soms worden systemen hierdoor te complex voor de eindgebruiker. Ik heb eens een operatiekamer gezien waarin de regeltechniek zo ingewikkeld was dat men het beheer van het regelsysteem van het binnenklimaat niet goed kon uitvoeren. Terwijl juist dat in ziekenhuizen ontzettend belangrijk is. Daarom focussen wij als adviseur op de gewenste functionaliteit. Welke technologie past daarbij? Voor sommige opdrachtgevers is een gesloten systeem een prima oplossing, maar als openheid meerwaarde biedt, dan moet je daar zeker voor gaan.”

Het koppelen van databronnen zal op termijn nog veel meer innovatieve functionaliteit mogelijk maken, als je ervoor open staat.
Marco Roeleven, directeur technisch adviesbureau Sweegers en de Bruijn

Open of gesloten protocollen?

Met een open systeem voorkomen eindgebruikers onder meer dat ze afhankelijk worden van één leverancier, waardoor overstappen vaak financiële gevolgen heeft. Roeleven: “Je bent door een gesloten protocol min of meer gedwongen om bij dezelfde leverancier te blijven. Hierdoor lukt het niet altijd de producten te combineren die jij innovatief vindt en kan de overstap naar een andere leverancier lastig zijn.”

Toegangsbeheer

Open systemen zijn in de beheer- en onderhoudsfase over het algemeen eenvoudig te up- of downsizen. Maar wie voor openheid kiest, moet zich bewust zijn van de consequenties. Wanneer meerdere dienstverleners op verschillende niveaus bij het beheer en onderhoud betrokken zijn, moeten de verantwoordelijkheden duidelijk worden vastgelegd. Het is aan de eindgebruiker zelf om hier een actieve rol in te spelen. Roeleven: “Wij adviseren klanten om op verschillende niveaus met toegangscodes te werken, zodat niet iedereen toegang krijgt tot het totale systeem en zaken van anderen systemen kan wijzigen. Afspraken daarover moet je met elkaar van tevoren goed vastleggen om vervelende discussies op een later tijdstip te voorkomen.” Als leverancier van gebouwtechnologie kan Siemens dit alleen maar onderschrijven. Eelko Stembord, Manager Building Products, Fire Safety: “Wij vinden het belangrijk dat alleen kennisdragers onze systemen programmeren. Dit geldt met name voor technologie met een hoog veiligheidsbelang voor het gebouw en zijn gebruikers. Via ons partnernetwerk bieden we eindgebruikers een ruime keuze uit goed opgeleide en gespecialiseerde installateurs en system integrators.”

Data borgen

Eigenaren van gebouwtechnologie zijn ook eigenaar van de data die deze technologie genereert. Ze doen er goed aan te borgen dat deze op elk gewenst moment toegankelijk zijn. Volgens Roeleven is men zich niet altijd bewust dat zaken als data, programmering, tekeningen en versiebeheer goed geborgd moeten zijn. Stembord beaamt: “Stel, je onderhoudspartner gaat failliet. Dan moet je wel weten waar hij de informatie uit jouw systeem heeft opgeslagen en hoe je erbij komt. Je ziet vaak dat aannemers eerst een nulmeting willen doen voor ze bereid zijn een offerte te maken voor het onderhoud. Dergelijke kosten voorkom je door je data in eigen beheer te houden en voor anderen te ontsluiten.”

Building Information Model

Een Building Information Model (BIM) is volgens Roeleven en Stembord een goede manier om data uit gebouwsystemen te borgen en toegankelijk te maken. Het biedt ook kansen om de gebouwprestaties continu te optimaliseren. Stembord: “Een goed ingericht BIM wordt voor klanten gedurende de hele levensduur gevuld met informatie. Dit levert veel mogelijkheden op om bijvoorbeeld het energieverbruik te reduceren.” In de praktijk zijn veel BIM-projecten nog geen succes, doordat het BIM alleen in de ontwerpfase wordt ingezet en dan nog voornamelijk als ‘3D-tool’. Stembord noemt dit een gemiste kans. “80% van de kosten van bouwen tot afbreken van een gebouw ontstaat tijdens de exploitatiefase. Zonde om juist dan geen gebruik te maken van het BIM.” Roeleven: “Het beheer van het BIM moet in mijn optiek primair bij de eigenaar liggen, want hij heeft er het meeste baat bij. Een BIM maakt het eenvoudiger om in te spelen op veranderingen in het gebruik van het gebouw en toekomstige mutaties door te voeren. Mogelijk kunnen eigenaren hun BIM in de toekomst wel laten beheren door een externe partij.”

Innovatie

Zowel Roeleven als Stembord onderschrijven dat openheid tot innovatie leidt. Roeleven: “Door dingen te koppelen kun je data combineren. Dit leidt tot nieuwe functionaliteit. In ons privéleven doen we dit al volop. Kijk maar hoe de smartphone en apps onze wereld veranderd hebben. Het koppelen van databronnen zal op termijn nog veel meer innovatieve functionaliteit mogelijk maken, als je ervoor open staat.” Stembord: “Je moet inderdaad met anderen willen samenwerken, of dat nou mensen zijn of techniek. Wie ‘open minded’ is, kan een rijker leven leiden. Met systemen is dit precies hetzelfde. Fabrikanten die geen openheid bieden, kunnen in de toekomst niet meer mee.”

Alle niveaus

Het bieden van openheid staat bij Siemens al jaren hoog op de agenda. Het concern ontsluit zijn technologie steeds meer naar zowel boven- als onderliggende systemen. Dit geldt inmiddels ook voor de Cerberus Pro brandmeldtechnologie, die aan strengere regelgeving moet voldoen dan overige gebouwtechnieken. Stembord: “We bieden aan beide kanten openheid. Oók in de koppeling met producten van derden. Siemens kan in principe systemen in alle lagen verzorgen, en dat willen we uiteraard graag. Maar soms verzorgen we in een gebouw alleen de systemen in boven- of onderlaag. We zijn blij met iedere klant die kiest voor een van onze producten, op welk level dan ook.” Roeleven: “Wij komen Siemens inderdaad op alle niveaus tegen.”

Verschillende gebouwen benchmarken

Aan de openheid van haar systemen voegt Siemens de mogelijkheid toe om data via e-logboeken of een cloudomgeving te parkeren en ontsluiten. Stembord: “Alle moderne gebouwtechnologie verzamelt data. Over 5-10 jaar voorzie ik dat daar iemand een soort beheerprogramma overheen schuift om al die data te combineren.” Roeleven: “Het naar de cloud brengen van data maakt ze breed toegankelijk. Op basis hiervan komen nieuwe standaarden tot stand en kunnen benchmarks voor productkwaliteit ontstaan. Met deze nieuwe informatie kun je ook het gedrag van verschillende gebouwen benchmarken.”

Bewustwording als katalysator

Wat zou een katalysator kunnen zijn om als samenleving nog meer gebruik te gaan maken van open gebouwtechnologie? “Bewustwording van de wereld waarin we leven”, antwoordt Roeleven. “Pas als doordringt dat grondstoffen schaars zijn en we beter moeten omgaan met energie gaat het écht gebeuren. We hebben in 2015 in Parijs een Klimaat- en Circulariteitsakkoord ondertekend. Vroeg of laat komt er iemand langs met de meetlat en stelt dan de vraag hoe ver we staan.” Stembord: “Wist je dat in één ruimte vaak drie keer de temperatuur wordt gemeten ten behoeve van verschillende installaties? We zouden met veel minder producten af kunnen.”

 

Zowel op nieuwbouw- als renovatievlak ligt er volgens Stembord en Roeleven een enorme opgave om de duurzaamheidsdoelstellingen te halen. “Siemens en Sweegers en de Bruijn hebben hierop in de ontwikkeling van hun producten en adviezen een duidelijke focus.  Wat ons betreft gaat het lukken deze doelen te bereiken.”