“Waar gaat het mis? De onderwaardering van technische beroepen in Nederland”

Joanne Meyboom-Fernhout

10 februari 2022

In 2022 bestaan zowel Siemens als het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) 175 jaar. Namens beide organisaties pleit Joanne Meyboom-Fernhout voor een herwaardering van technische beroepen. Ze moedigt jongeren, en dan met name meisjes, aan om voor techniek te kiezen en zo hun stempel op de toekomst te drukken.

Het KIVI ondersteunt ingenieurs in Nederland in hun beroepsuitoefening en zet zich in voor de erkenning van de waarde van hun werk. In 2019 werd Joanne Meyboom-Fernhout als eerste vrouw presidente van de beroepsvereniging. In hetzelfde jaar werd ze bij Siemens Nederland benoemd tot managing director Smart Infrastructure.

Witte raaf

Meyboom trok in 1983 naar de TU Delft om mijnbouwkunde te gaan studeren. Ze was er als jonge vrouw een witte raaf en zelfs een door sommigen enigszins ongewenste vogel. “Ik weet nog hoe een professor zei: ‘Je zit in de verkeerde “bouw”. Dit is mijnbouw, niet bouwkunde.’ Op een gegeven moment moesten wij een tandwielkast tekenen. Ik kreeg als enige een wormwielkast. Een op dat moment nog veel te moeilijke opdracht. Ik heb het laten liggen, pas na een jaar weer opgepakt en gewoon de tandwielkast getekend. Achteraf heeft niemand mij er nog ooit om gevraagd. Tijdens een uitwisseling met een buitenlandse TU stond ik voor dag en dauw op om in badpak te douchen, aangezien ik niet als enige vrouw tussen de mannen in de open doucheruimte wilde staan.”

Belangstelling

Momenten die zijn blijven hangen, maar Meyboom was er de vrouw niet naar zich uit het veld te laten slaan. “Je begint immers aan zo’n studie omdat je de materie interessant vindt. Ik ben nooit een poppenmeisje geweest, maar speelde liever in de autohoek. En later sleutelde ik met vrienden om onze bromfietsen op te voeren, maar dat mocht mijn vader niet weten!” Na haar afstuderen in 1989 begon ze aan een carrière in de technische sector. Via Dow Chemical, Eneco, Joulz en Deloitte kwam ze vijf jaar geleden in dienst bij Siemens Nederland.

Het is tijd om ook in Nederland technische beroepen te herwaarderen, want we staan onder meer voor de enorme opgave om de energietransitie te doen slagen en de woningnood op te lossen.
Joanne Meyboom-Fernhout, managing director Smart Infrastructure, Siemens Nederland en president, Koninklijk Instituut van Ingenieurs

Gedreven door haar eigen ervaringen zet Meyboom zich in voor de positie van vrouwen in de techniek. Sinds haar eigen studietijd is er gelukkig veel ten goede veranderd. In Nederland kiezen steeds meer vrouwen voor een ingenieursopleiding. De instroom van vrouwelijke studenten aan de TU’s bedraagt rond de 30%. “Helaas ligt de uitstroom naar het bedrijfsleven een stuk lager. Veel vrouwelijke, maar ook mannelijke ingenieurs, verlaten de sector in de loop van hun carrière. Daar komt bij dat we in Nederland veel in deeltijd werken. Vrijwel nergens in Europa wordt zoveel parttime gewerkt. Voor de technische sector is dit wrang. We staan immers te schreeuwen om gekwalificeerde arbeidskrachten.”

Positie vrouwen in de techniek

Maar de grootste problemen ziet Meyboom op mbo-niveau, waar vandaan bedroevend weinig technische jongeren het bedrijfsleven instromen. “Terwijl juist díe mensen nodig zijn om grote maatschappelijke uitdagingen handen en voeten te geven. Denk aan de energietransitie. We pushen onze kinderen maar al te graag richting havo/vwo en geven hierdoor het mbo een zekere lading en geen kans. Ook ons onderwijssysteem maakt het onaantrekkelijk om mbo techniek te studeren. Je moet bijvoorbeeld óók slagen voor Engels en Nederlands. Op zich belangrijke vakken, maar ze zouden geen struikelblok mogen zijn om je diploma te behalen. Veel technici zijn minder sterk in talen. In Amerika en het Verenigd Koninkrijk kies je de vakken die je liggen en hoef je in minder vakken examen te doen. Een technische studie geniet in veel landen veel meer respect dan in Nederland waardoor studenten ook door hun ouders worden gestimuleerd een technische richting te kiezen. Het is tijd om ook in Nederland technische beroepen te herwaarderen, want we staan onder meer voor de enorme opgave om de energietransitie te doen slagen en de woningnood op te lossen. Je kunt hiervoor mensen uit het buitenland halen, maar daarmee verschuif je het probleem. Die mensen zijn in hun eigen land immers ook nodig.”

Beleid wordt helaas vaak gemaakt door alfamensen die weinig gevoel hebben voor wat bètamensen drijft.

Stimuleren van techniek

Tijd dus voor een techniekoffensief, en wel vanuit maatschappelijk belang. “Klimaatverandering, urbanisatie en energietransitie vragen om slimme technologische oplossingen. Zowel KIVI als Siemens zijn betrokken bij tal van onderwijsinitiatieven. Beide organisaties zijn groot geworden door techniek. We maken intelligente, creatieve oplossingen voor de samenleving, maar hebben jongeren nodig om die taak te kunnen voortzetten. Persoonlijk vind ik dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het stimuleren van techniek. Zo zou techniekonderwijs op de Pabo een veel grotere rol moeten krijgen. Dit werkt door op de basisschool, waar leerlingen nu relatief weinig technische prikkels krijgen. Een deel van de jongens en meiden zit zich op school dan ook te vervelen omdat ze vakken moeten doen waar ze geen interesse in hebben. Laten we kinderen die graag technisch bezig zijn vooral aanmoedigen. Dit geldt al helemaal voor het mbo. Hier heeft corona de situatie verder op scherp gezet. Techniekles kún je nu eenmaal niet op afstand geven. De mbo’s zo lang sluiten heeft denk ik aardig wat schade berokkend voor de instroom in het bedrijfsleven. Beleid wordt helaas vaak gemaakt door alfamensen die weinig gevoel hebben voor wat bètamensen drijft.”

Onder elkaar

Meyboom pleit voor speciale meisjesklassen binnen het technisch mbo-onderwijs. “Anders blijven ze continu op hun tenen lopen om in de mannencultuur te kunnen gedijen. Het is best lastig om je als een van de weinige meiden tussen jongens te moeten handhaven. Ik ben destijds aan de TU bewust lid geworden van een studentenvereniging waarbij ik een groep kon vormen met alleen vrouwen. Ook binnen KIvI hebben we een aparte vrouwenafdeling. We komen maandelijks bijeen voor een lunchsessie waarbij een vrouw uit de techniek een inspirerend verhaal vertelt. Dat is gewoon heel fijn. Mannen accepteren vrouwen heus wel, maar techniek is nu eenmaal nog steeds een door mannen gedomineerde wereld. Zij hebben veel meer ruimte voor gezamenlijkheid onder elkaar.”

De technische sector kan nog veel doen om meer vrouwen aan te trekken.

Vrouwvriendelijk

Bij Siemens Nederland is zo’n 16 procent van alle medewerkers vrouw. Nog steeds te weinig, zegt Meyboom, maar het percentage stijgt, ook op leidinggevende functies. “Onze vrouwelijke engineers komen vrijwel allemaal uit het buitenland. Techniek geniet daar nu eenmaal een hoger aanzien. Via een medewerkersbevraging gaan we peilen hoe de organisatie aantrekkelijker voor vrouwen kan worden. Een Brits bedrijf heeft ooit hetzelfde gedaan en naar aanleiding daarvan het uniform aangepast. Je kunt, als je wil, heel erg out of the box denken. Waarom zou je bijvoorbeeld geen vrouwvriendelijke bedrijfsauto’s aanschaffen? Die zijn vaak wat kleiner en goedkoper dan hun mannelijke tegenhangers. Waarvoor zou je vrouwen niet wat meer budget geven om eens naar de kapper of een kledingzaak te gaan? Een kappersbeurt voor vrouwen is al gauw 3 keer zo duur en je gaat er ook vaker naartoe dan een man. Ook de aanschaf van kleding is een stuk duurder. Vergis je niet, ook in typische mannenomgevingen wordt verwacht dat je er heel vrouwelijk bijloopt. Daar hangt nu eenmaal een prijskaartje aan.”

Stempel drukken

“Wanneer gaan we nu eindelijk eens echt anders denken?” Een oproep die ook gericht is aan vrouwen zelf. “Hoe zou de wereld eruit zien als meer vrouwen voor techniek zouden kiezen?” filosofeert Meyboom. “En het is toch ook gewoon leuk om later ergens langs te rijden en tegen de kleinkinderen te zeggen: ‘Kijk, dat heeft oma gemaakt.’ Vrouwen zouden meer hun kans moeten grijpen om een stempel op de toekomst te drukken. Dat gebeurt nu nog te veel door mannen. ” Om het omdenken op gang te trekken, vraagt Meyboom ook de overheid een actieve rol te spelen. “Arbeidsmarktparticipatie van vrouwen raakt aan veel aspecten, waaronder kinderopvang en zwangerschapsverlof. In het buitenland kiest een zwangere vrouw zelf wanneer ze stopt met werken, maar hier ga je uiterlijk vier weken voor de uitgerekende datum met verlof. En kan je dus minder lang van je baby genieten. Ik ken veel vrouwen die liever langer zouden doorwerken om dan na de bevalling wat meer tijd voor de baby te hebben. Dit soort regelingen zijn in Nederland niet vanuit de vrouw bedacht en vragen om heroverweging. Samenlevingen zijn dynamische entiteiten. Alleen als je constant bereid bent dingen anders te doen, blijf je bestaan.”